LOCHEM - De politie houdt op 29 mei 2025 in het buitengebied van Lochem twee mannen op een scooter staande voor een identiteitscontrole. “En wat begint met een eenvoudige vraag, ontaardt binnen enkele ogenblikken in een gewelddadige confrontatie. Twee verdachten die zich tegen de politie keren, die geen grenzen meer lijken te kennen en die zó ver gaan dat zij proberen de agenten te wurgen. Een situatie die zó ernstig wordt dat omstanders moeten ingrijpen om erger te voorkomen”, stelt het Openbaar Ministerie vandaag tijdens de rechtszaak tegen een 22-jarige en 23-jarige man die verdacht worden van een poging tot zware mishandeling op twee politieagenten.

Die dag komen de verbalisanten af op een melding over een incident even eerder op een camping. Wanneer de twee verdachten op de Zwiepseweg staande worden gehouden, volgt onmiddellijk een heftige woordenwisseling, waarbij verdachten weigeren zich te identificeren en zich verbaal agressief tegen de politie opstellen. Die mondelinge agressie slaat om naar een fysieke worsteling, waarbij de twee agenten worden belaagd, op de grond belanden en in een wurggreep worden gehouden. Omstanders moeten eraan te pas komen om één van hen te ontzetten. De andere agent weet zich los te werken en zet, na meerdere laatste waarschuwingen, een taser in om verdachte in bedwang te krijgen.

Het gehele incident is geregistreerd op de bodycam van één van de agenten en ook omstanders zijn getuige van het geweld dat verdachten toepassen. “De feiten zijn van een uitzonderlijke ernst”, aldus het OM. “Verdachten zijn overgegaan tot grof en doelgericht geweld tegen politieambtenaren. Zij hebben gekozen voor een aanval die het leven van deze agenten ernstig in gevaar heeft gebracht. En waarom? Alleen omdat zij van de politie waren. Dat blijkt wel uit hun verklaringen. Zij hebben schijt aan de politie en bovendien geen spijt.”

De officier van justitie ging voor de rechtbank in Arnhem tijdens de motivering van deze strafeisen in op de risico’s die een wurggreep (oftewel een nekklem) met zich meebrengt: “Het is algemeen bekend dat in keel en hals zich kwetsbare en vitale organen bevinden zoals de luchtpijp, het strottenhoofd en de halsslagader. Het moet ook voor verdachten duidelijk zijn geweest dat het dichtklimmen van de hals en/of de keel de aanmerkelijke kans in het leven riep dat de verbalisanten daardoor zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen.”

Op basis van het onderzoek komt het OM tot de conclusie dat voor beiden een poging tot zware mishandeling als verdenking van toepassing is. Bij het bepalen van de strafeis houdt het OM rekening met de ernst van de feiten, met het feit dat de slachtoffers politieagenten zijn, met het strafblad van de verdachten en hun persoonlijke omstandigheden.

Daarom lopen de strafeisen tegen de twee mannen uiteen. De 22-jarige verdachte hoorde voor dit buitensporige handelen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden tegen zich eisen. Hij heeft niet alleen een lang strafblad, maar hij wordt ook vervolgd voor een mishandeling en bedreiging die kort daarvoor plaatsvonden op een camping, zo stelt het OM. Ook sinds zijn aanhouding lijkt de verdachte zijn gedrag niet te willen verbeteren.

Zijn medeverdachte, een 23-jarige man, krijgt wat het OM betreft een celstraf van 5 maanden, waarvan 4,5 maand voorwaardelijk. Omdat de verdachte al een halve maand in voorlopige hechtenis heeft gezeten, hoeft hij van het OM niet terug de gevangenis in. Dat zou de behandeling van zijn verslaving onderbreken. Wel eist de officier van justitie een taakstraf van 200 uur. Vanuit het oogpunt van de bescherming van de samenleving is het in de ogen van het OM wenselijker dat de verdachte zijn traject in de kliniek afmaakt en daarnaast een taakstraf uitvoert. De voorwaardelijke gevangenisstraf zorgt dat hij een stok achter de deur heeft om op het rechte pad te blijven.