Op 17 oktober 2024 deed de buurman aangifte tegen de 49-jarige man. De man zou geprobeerd hebben om met zijn tractor op hem in te rijden toen hij in de berm bezig was met paaltjes in de grond zetten.
Na het vermeende incident met de tractor rende diezelfde avond de 28-jarige zoon van de buurman - samen met zijn broer en bewapend met een mes en een honkbalknuppel - achter de 49-jarige man aan toen zij hem op het terrein van hun ouders zagen staan. Toen de 49-jarige man bijna op zijn eigen terrein was, vond er een confrontatie plaats, waarbij de 28-jarige man zijn buurman stak of sneed met een mes in zijn pols. De 49-jarige man hield hier zware verwondingen aan zijn hand en vingers aan over.
Vrijspraak van vermeend incident met tractor
Op de camerabeelden die in het dossier zitten, is door de rechtbank niet te zien dat de tractor instuurt en ook weer uitstuurt; er is geen enkele van de doorgaande richting afwijkende beweging te zien.
Uit het dossier blijkt dat de buren al enige tijd onenigheid met elkaar hadden, vanwege het (verwarde) gedrag van de 49-jarige man. De zoon en vrouw van de buurman legden een verklaring af. Tussen het incident en het afleggen van de verklaringen zat enige tijd die zij gezamenlijk doorbrachten. De kans is aanwezig dat deze verklaringen door elkaar zijn beïnvloed. Het uitgangspunt is dan dat de rechtbank extra voorzichtig met deze verklaringen moet omgaan.
De rechtbank vindt het voorstelbaar dat de buurman en zijn familieleden grote zorgen en angst hadden om het gedrag van de 49-jarige man. Volgens de rechtbank is het ook voorstelbaar dat zij daardoor de situatie hebben ervaren zoals ze verklaarden. Bij de rechtbank ontbreekt echter de overtuiging dat de man de verweten bedreiging heeft begaan. De rechtbank spreekt de 49-jarige man daarom vrij.
Geen noodweer
De advocaat van de 28-jarige man bepleitte noodweer voor het incident met het mes. Volgens de rechtbank was het gedrag van de 28-jarige man gericht op een confrontatie met de 49-jarige man. Dit betekent dat dit gedrag niet kan worden aangemerkt als verdedigend, maar moet worden beschouwd als aanvallend. In dat geval komt hem geen beroep op noodweer toe.
Spijtbetuiging
Het handelen van de 28-jarige man had grote gevolgen voor het slachtoffer. Kijkend naar deze zware mishandeling zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend zijn. De rechtbank kijkt bij strafbepaling onder andere naar wat er in vergelijkbare zaken wordt opgelegd. Ook houdt ze rekening met het feit dat de man op de zitting oprecht spijt heeft betuigd, dat zijn leven op orde is en hij vanaf het begin een meewerkende proceshouding had. De rechtbank vindt een gevangenisstraf van 90 dagen, waarvan 87 dagen voorwaardelijk in dit geval passend. Voor het voorwaardelijke strafdeel geldt een proeftijd van 2 jaar. Verder moet de man een taakstraf van 120 uur uitvoeren.
Schadevergoeding
Tot slot moet de 28-jarige man een schadevergoeding van 6 duizend euro aan de 49-jarige man betalen.

0.4 ℃






























