DOETINCHEM - De rechtbank legt een geldboete van 400 duizend euro op aan een bedrijf uit Doetinchem dat in strijd met Europese regels gewasbeschermingsmiddelen op de markt bracht. Ook maakte het bedrijf zich schuldig aan valsheid in geschrift.


De 65-jarige bestuurder van het bedrijf krijgt een celstraf van 12 maanden. Een 45-jarige medewerker van het bedrijf krijgt een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met daarbij een taakstraf van 120 uur. Wat betreft een 37-jarige medewerker van het bedrijf, oordeelt de rechtbank dat het Openbaar Ministerie niet had mogen overgaan tot strafrechtelijke vervolging. In die zaak verklaart de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk.

In 2012 startte de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit een onderzoek naar het bedrijf. Het bedrijf importeerde op grote schaal gewasbeschermingsmiddelen uit onder meer China en India en bracht deze op de Europese markt. Voor dergelijke middelen gelden strenge regels vanwege de mogelijke schade voor mens, dier en milieu. Zo moet een bedrijf een toelating hebben van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (het Ctgb) om een middel op de markt te mogen brengen. De rechtbank oordeelt op basis van Europese regelgeving dat een bedrijf zo’n toelating niet nodig heeft als aannemelijk is dat het middel bestemd is voor doorvoer naar een land buiten de Europese Unie. In een aantal gevallen heeft het bedrijf uit Doetinchem die doorvoer niet aannemelijk gemaakt.

Europese markt

Het bedrijf heeft een forse hoeveelheid, namelijk 4.850 kilo en 36.200 liter, aan niet toegelaten gewasbeschermingsmiddelen op de Europese markt gebracht. Verder vindt de rechtbank bewezen dat de bestuurder en de medewerker van het bedrijf - soms samen met anderen buiten het bedrijf - valse stukken opmaakten en gebruikten. Het gaat dan onder andere om vervoersdocumenten, leveranciersverklaringen en certificaten van oorsprong. In die stukken stond ten onrechte dat het betreffende product in Nederland was geproduceerd. Ook maakten zij stukken op waarbij de namen van producten waren vervangen door andere namen. Dit wekte de suggestie dat de producten mochten worden ingevoerd.

Eigen verantwoordelijkheid

De rechtbank vindt dat de 45-jarige medewerker zich niet achter zijn werkgever kan verschuilen. Hij had een eigen verantwoordelijkheid om bij de uitvoering van zijn werk te voorkomen dat het bedrijf strafbaar handelde.

Strafbepaling

Bij het opleggen van de straffen overweegt de rechtbank dat een professionele speler, zoals het bedrijf en haar bestuurder, zich aan de regels moet houden. Maar men wilde koste wat kost klanten tevreden houden. Er werd puur uit financieel gewin gehandeld.

De rechtbank houdt er ook rekening mee dat de termijn waarbinnen strafzaken in beginsel behandeld moeten zijn met enkele jaren is overschreden. Verder zijn er geen aanwijzingen dat er sinds het onderzoek door de NVWA nog sprake is van illegale praktijken binnen het bedrijf.